Inleeftest voor jeugdwerkers

 What’s on a parents mind?

Stel je even voor: je bent even geen zorgeloze (hm hmm) jeugdwerker meer, maar je hebt een eigen huis, drie kinderen en jij en je partner gaan beiden uit werken. Dochter Lotte is een eigenwijze puber van 14, je zoon Ferre is 10 maar nog een echte speelvogel, en dan is er nog Kaatje, net 6 jaar geworden en dolgelukkig dat zij nu ook net als haar broer en zus naar de jeugdbeweging mag.

Hoe goed kan jij jezelf verplaatsen in de leef- en denkwereld van ouders? Doe hier de test!

Zaterdag familiefeest bij oma. Rond 16u word je met het hele gezin daar verwacht. Maar Lotte, Ferre en vooral Kaatje willen veel liever naar de jeugdbeweging, er staat een super activiteit geprogrammeerd. Wat doe je?
 

  1. Tja, om 16u daar zijn, met propere kleren aan, dat wordt veel te ingewikkeld om te combineren. Nee dus, ze blijven thuis, gaan in bad en jullie kunnen dan mooi op tijd vertrekken. Familiefeest is er maar een paar keer per jaar, naar de jeugdbeweging kunnen ze alle andere zaterdagen wel gaan.
  2. Je belt oma en spreekt af dat jullie een uurtje later komen. Je belt ook de leiding van Kaatje even om te checken of ze vroeger weg kan. Zo kunnen de kinderen toch nog naar de activiteit. Maar je spreekt wel goed met hen af dat ze zeker om 16u terug thuis moeten zijn om zich te verkleden en naar oma te vertrekken. Zijn ze niet op tijd thuis, dan zal het de volgende keer enkel familiefeest worden, en dat weten ze!
  3. Je laat hen naar de jeugdbeweging gaan en bent blij dat ze er zich zo thuis voelen. Als je lid bent, dan ga je toch zeker elke keer! Je begrijpt ook perfect dat dit voor hen veel leuker is dan een familiefeest. Je zal het wel weer mogen uitleggen, je hoort hun tantes al… So what. To hell with de schoonzussen!

LOTTE: Ik hààt familiefeesten, ik ga echt niet mee!
FERRE: Zo’n namiddag ravotten met de neefjes, daar kijk ik toch ook wel naar uit
 

Lotte gaat op themavakantie. Je maakt je zorgen over de nachten. Zou er eigenlijk gemengd worden geslapen, of gescheiden? Lottes vriendje gaat immers ook mee, en je bent daar niet gerust in. Wat doe je?
 

  1. Je eist van de leiding dat meisjes en jongens ’s nachts strikt worden gescheiden.
  2.  Je neemt Lotte apart en bespreekt met haar jouw ongerustheid. Je maakt heel duidelijke afspraken met haar. Je polst ook even bij de ouders van haar vriendje, of ook zij dergelijke afspraken met hem maken. Je hoopt dat het koppeltje jouw vertrouwen niet zal beschamen.
  3.  Je denkt terug aan jouw eigen puberteit en voelt weer die kriebels in de buik… Om het even wat je zegt, ze zullen er wel een mouw aan passen om samen te kruipen, niet? Je geeft Lotte een pakje condooms mee. Just in case…

LOTTE: … telt de dagen af tot het kamp. En mama, natuuuuuurlijk zal ik voorzichtig zijn, ik ben toch altijd voorzichtig!
LOTTE: Mama, denk je nu echt dat wij iets gaan proberen als de anderen van de hele groep er ook bijliggen?
 

De kinderen zijn op kamp. Wat een rust thuis! Je denkt wel vaak aan hen en vraagt je af hoe ze het stellen. Zal Ferre wel goed slapen op kamp? Kaatje zal toch niet in bed geplast hebben zeker? En Lotte zal hopelijk eten wat de pot schaft, ze is nogal een moeilijke op dat gebied…
Hoe kom je de kamptijd door?
 

  1. Je belt elke dag een keer, of stuurt een paar berichtjes. Zo blijf je toch tenminste op de hoogte van de activiteiten en het menu ginder, en je herinnert Ferre er aan om toch zeker elke dag een propere onderbroek aan te trekken. En je gaat op weekend naar de Ardennen, en zorgt ervoor dat het – o wat toevallig – vlak in de buurt is van de kampplaats. Zo kan je een onaangekondigd bezoekje gaan brengen!
  2. Je geniet van de rust en profiteert ervan om veel werk te verzetten maar ook eens met jullie tweetjes de bloemetjes buiten te zetten. Elke avond surf je toch even naar de website van de jeugdbeweging, om te kijken of er nieuwe berichtjes en foto’s op staan. Je houdt ook je GSM goed in de gaten, want de leiding beloofde je te bellen als dat nodig zou zijn.
  3. Je besluit ervan te profiteren en gaat met je partner ook een weekendje op zwier. Weer even net als vroeger. Ongetwijfeld zitten de kinderen met hun gedachten ook helemaal in de kampsfeer. Jullie GSM blijft thuis, jullie zijn even lekker onbereikbaar!

KAATJE: … gaf jullie bij het afscheid nog een dikke knuffel, ze vond het toch een klein beetje spannend om mama en papa zo lang te moeten missen
 

Het grote Halloween-avondspel nadert voor Kaatje. Je vindt haar toch nog een beetje jong om ’s avonds te gaan griezelen en vreest dat deze activiteit haar slapeloze nachten zal bezorgen. Wat doe je?
 

  1. Je vindt zo’n avondactiviteit onverantwoord op die leeftijd. Je houdt Kaatje thuis en sust haar met een nieuwe DVD.
  2. Je spreekt haar leider aan en vraagt wat meer uitleg over de geplande activiteit. Wat gaan ze precies doen, zou het heel erg griezelig zijn, ze worden toch niet alleen gelaten, enz… Je vertelt de leider dat Kaatje – en ongetwijfeld ook andere kinderen van zes – sterk onder de indruk kunnen geraken van zo’n griezelspelen en dat je bang bent dat ze er nachtmerries aan zou overhouden.
  3. Het is maar één keer Halloween en je wil niet de flauwerik uithangen. Je laat Kaatje meedoen en zegt niets over je ongerustheid.

FERRE: I know what you did last summerrrrrrrrr…
KAATJE:Iedereen viert Halloween!  ik ben al flink en de leiding is er toch ook bij?

Je hebt net een weekendje met het hele gezin geboekt als plots het weekend van de jeugdbeweging wordt verplaatst naar diezelfde datum. Hoe reageer je op dit nieuws?

  1. Je voelt je vrij gefrustreerd en vraagt van de leiding een betere planning. Het is zo al een heksentoer om werk, familie en ieders hobby’s gecombineerd te krijgen. Je houdt vast aan jouw planning, de kinderen slaan het weekendje met de jeugdbeweging deze keer maar eens over.
  2. Heel vervelend! Je kinderen zullen absoluut mee willen op weekend met de jeugdbeweging, en jij wil hen dat ook graag gunnen, maar je vindt het erg lastig dat je daarvoor je boeking zal moeten annuleren en een alternatief zoeken. 
  3. Je houdt van spanning in het leven. Carpe diem is je motto. Plannen is saai, de leukste dingen komen onverwachts op je pad. Je annuleert de boeking en spreekt af dat jullie gaan kamperen zodra de weerman een mooi weekend voorspelt!

FERRE: Een weekend? Daar moet ik bij zijn! De ideale voorproef op het kamp, de max met al die vrienden samen spelen en slapen een weekend lang. Ik wil zeker mee!

KAATJE: Mijn aller aller eerste weekend! Dat mag ik toch niet missen, mama!


Je hoort van Ferre nogal straffe verhalen over straffen op kamp. ’s Nachts rondjes lopen, 50 keer pompen in de regen, toiletten kuisen. Wat denk jij hierover?
 

  1. Een jeugdbeweging is toch het leger niet? Je vindt dit de spuigaten uitlopen! Hierover ga je het toch eens hebben met de andere ouders.
  2. Je spreekt de leiding hierover aan en stelt voor de kampregels op voorhand te bespreken. Zo weten kinderen, ouders en leiding vooraf wat de regels zijn en ook wat er gebeurt als kinderen zich niet aan de regels houden.
  3. Tja, die gasten zullen wel iets serieus mispeutert hebben, zeker! (Je bent wel nieuwsgierig naar wàt ze precies misdaan hebben.). Wie niet horen wil, moet voelen.

FERRE: Echt, man, nie normaal. Precies een bootcamp! Gelukkig heeft de leiding mij niet kunnen betrappen en had ik zelf geen straf.
 

Het kampreglement stelt dat GSM’s niet mee mogen op kamp. Dat betekent tien dagen zonder contact! Wat doe je?
 

  1. Je kan op het werk een webcam op de kop tikken en vraagt de leiding die op kamp te installeren. Zo kunnen alle ouders met hun kinderen voortdurend in contact blijven en kan je zien wat ze ginder allemaal uitspoken.
  2. Je spreekt de leiding hierover aan en vraagt wat de contactmogelijkheden zijn op kamp. Je vraagt het GSM-nummer van de kampleiding en geeft ook dat van jou. Je drukt hen op het hart om jou te bellen als er iets fout loopt.
  3. Een prima regel! Op kamp zijn je kinderen in – goede – handen van de jeugdwerkers. Ze vertoeven tien dagen in uitgelaten kampsfeer, en daar horen hun ouders niet thuis. Hoe kan je kind zich overgeven aan het kamp, met z’n ouders constant in de broekzak, bij wijze van spreken?

LOTTE: Wij geen gsm mee? De leiding dan ook niet!

 
Afgelopen weekend zag je de animatorenkliek van de speelpleinwerking op café weer drinken, roken, vrijen… Hoe reageer jij als ouder?
 

  1. Moet jij je kinderen toevertrouwen aan dit zootje ongeregeld? Dit is toch geen voorbeeld voor je dochter! Je eist van de leidingsploeg een meer voorbeeldig gedrag. Ze zouden een gedragscode moeten opstellen en beter op hun imago passen. Iedereen geheelonthouder!
  2. Je denkt terug aan je eigen jonge tijd. Zaaaalige tijd! Je begrijpt het wel, tenslotte zijn die jeugdwerkers ook maar jongeren die in hun vrije tijd gewoon … jong zijn! En intussen boksen ze toch maar elke keer weer leuke activiteiten in elkaar voor je kinderen. Tijdens deze werking horen de jonge kinderen hen niet met sigaretten, drank en tongkussen in de weer te zien. Daar mogen ze wel een erezaal van maken van jou.  
  3. Je bent maar één keer jong!

Kaatje doet een beetje raar telkens ze ’s avonds terugkomt van creakamp. Je hebt het gevoel dat er met haar wordt gelachen. Ze is erg verlegen en onzeker. Wat doe je?

  1. Je drukt de animatoren op het hart om Kaatje nauwlettend in de gaten te houden. Elke glimlach, giechellach, schaterlach of bulderlach in haar richting moet vakkundig dicht getapet.
  2. Je praat erover met je dochtertje maar je krijgt er niet veel uit. Je gaat eens horen bij de animatoren hoe Kaatje het doet in de groep. Je legt uit dat Kaatje erg onzeker kan zijn, en ze soms wat aanmoediging nodig heeft om haar zelfvertrouwen te doen groeien. Maar als lachen pesten wordt, reken je op een kordate aanpak!
  3. Niet flauw doen is je motto. Je zegt Kaatje dat ze moet leren haar mannetje te staan in een groep. Grow up, Kaatje!

KAATJE:Ik ben gewoon wat stilletjes, waarom moet mama daar altijd iets achter zoeken?
KAATJE: Mama ook altijd met haar gevraag ‘Hoe is ’t geweest?’. En als ik gewoon ‘Goed!’ zeg dan is dat niet genoeg voor haar, he.
 

De groep van Ferre heeft een fietstocht gepland. Zijn er fietspaden? Zijn ze voor het donker thuis? Zijn er voldoende fluovestjes? Wie kent er EHBO? Hoeveel begeleiding zal er zijn? Honderden vragen heb je, hoe ga je er mee om?
 

  1. Je krijgt er koude rillingen van. Een paar animatoren – snotneuzen nog, amper 18 jaar – een hele namiddag op de baan met zo’n bende waaghalzen als Ferre. Horror, zeker als ze in groep zijn!! Er kan immers altijd wel iets gebeuren. Je vindt dit niet verantwoord. Ferre moet thuisblijven. Hij mag immers ook niet met de fiets naar school rijden, veel te gevaarlijk!
  2. Uit de korte, vage aankondiging in het programma op de website kan je niet veel opmaken. Je vraagt dus wat meer informatie aan de animatoren en hoopt van hen antwoord te krijgen op al je vragen. Als je merkt dat de fietstocht goed werd voorbereid en dat er over de risico’s is nagedacht, besluit je hem mee te sturen. Papa kijkt Ferres fiets nog eens na onderworpen en de verkeerskennis van Ferre wordt nog eens opgefrist ook voor hij vertrekt. 
  3. Risico’s horen bij het leven. Heb je mij al eens op één wiel zien rijden?

LOTTE:Onze Ferre, ne ganse namiddag met zijn vriendjes op fietstocht? Dat zal schoon zijn!
FERRE: Fietsen naar een geheime bestemming: de MAX! Papa, krijg ik nog zo’n toeter op mijn fiets?

 

Je hebt vooral 1) geantwoord: het pre-parentaal syndroom

Jij kan je wel héél goed inleven in de bezorgde ouderrol. Je lijkt zelf last te hebben van overbezorgde ouderreflexen. Er zijn inderdaad overbezorgde ouders, maar lang niet alle ouders zijn zo hyper… Kinderen verwachten dat ze in het jeugdwerk dingen mogen doen die thuis niet kunnen. En heel wat ouders rekenen ook op jullie om hun kinderen net die bijzondere speelkansen te bieden en die unieke ervaringen op te doen, om zelfstandiger te worden en te leren omgaan met risico’s. Speel! Leef! Vertrouw en geef vertrouwen!

Je hebt vooral 2) geantwoord: een gezond evenwicht

Proficiat, jouw inleefvermogen is dik in orde. Je legt een gezonde mix van verantwoordelijkheidsgevoel en speelse spontaniteit aan de dag. Je topprioriteit is nog altijd leuke activiteiten met de kinderen, maar je hebt daarbij ook aandacht voor hun ouders. Je zorgt er ook voor dat zij voldoende informatie krijgen. De kinderen genieten wellicht van jouw creatieve aanpak en hun ouders weten dat hun kinderen in goede handen zijn.

Je hebt vooral 3) geantwoord: inlevingsvermogen kan beter

Je denkt helemaal vanuit de leefwereld van kinderen. Ongetwijfeld amuseer je je heel goed met je kinderen in het jeugdwerk, maar blijkbaar kan je jezelf echt niet inleven in de rol van bezorgde ouders. Als ouder neem je verantwoordelijkheid, en vertrouw je erop dat jeugdwerkers hun verantwoordelijkheid nemen voor de begeleiding van je kinderen. Zorg er als jeugdwerker dan ook voor het vertrouwen van de ouders niet te beschamen. Neem je verantwoordelijkheid en probeer wat meer aandacht te hebben om hen goed te informeren.
 

Karuur vzw | Sainctelettesquare 19 | 1000 Brussel | T 02 21 061 90 | info@karuur.be | www.karuur.be
Sitemap | Ontwerp door Emma Thyssen | Ontwikkeling door Jeugdwerknet
Steunpunt Jeugd