Inleeftest voor ouders

Stap in de vuile schoenen van een jeugdwerker!

Stel je even voor: je studeert nog en hebt nog geen vast lief, kinderen krijgen is iets voor de verre toekomst. Maar, de jeugdbeweging is jouw lang leven, je engageert je elk weekend voor jouw groep 10-12 jarigen. In de vakantie geef je het beste van jezelf op het speelplein of begeleid je themakampen. De zomervakantie is immers lang, en met een beetje geluk heb je geen tweede zit, maar wel een vakantiejob waar je een centje bijverdient.


Hoe goed kan jij jezelf verplaatsen in de leef- en denkwereld van een jeugdwerker? Doe de test!
 

Een prachtige bloedhete zomermiddag op het speelplein. Waterspelen troef, en een zelfgebouwd zwembad! Jullie amuseren je rot. Tegen het einde van de namiddag ga jij…

  1. Nog snel waterballons halen wanneer één van de kinderen het idee van een watergotcha oppert. Het is niet elke week zulk schitterend weer voor waterspelletjes!
  2. Nog ‘ns lekker met z’n allen het zwembad in plonsen. Gelukkig vroeg je vooraf een handdoek en zwembroek mee te brengen zodat de kinderen straks droge kleren kunnen aantrekken.
  3. Een uurtje ‘droge’ spelen houden, zodat de kleren min of meer droog geraken voor de kinderen bij hun ouders in de auto moeten kruipen…

FERRE (10 jaar): Zèèèèg, is het nu al tijd? Altijd als het juist zo plezant is, moeten we naar huis.


Bosspel vandaag! Maar in de buurt is er geen deftig bos. Jullie hebben vervoer nodig. Hoe regel jij dit?
 

  1. Je gaat ervan uit dat er wel voldoende ouders bereid zullen zijn om even over en weer te rijden. Je stelt je strategisch op aan de parking om voor het vertrek nog snel enkele chauffeurs te ronselen.
  2. Ouders vragen zie jij niet zo goed zitten. Je vroeg daarom vandaag allemaal met de fiets te komen, dus jullie gaan fijn fietsen naar het speelbos. Het bosspel wordt dan wel ietsje ingekort, want tegen dat jullie aan het bos zijn met de fiets…
  3.  Je stelde vorige week al de vraag aan de ouders en vond er enkele bereid om te rijden. Vanmorgen belde je hen nog even op ter herinnering.

LOTTE (14 jaar): Maar dan wel met papa zijn auto, he. Mama haar bakske is echt té schààmtelijk!
 

Nog drie plaatsen te kort in de auto’s naar het zwembad, wat nu? De vader van Seppe stelt voor om ook nog te rijden, maar die heeft wel al een paar pintjes op… De drie kinderen verdelen over de andere auto’s dan maar? Dat wil dan wel zeggen dat er niet voor iedereen een veiligheidsgordel is. Wat doe je?

  1. Als de vader van Seppe zelf aanbiedt om te rijden, dan is het probleem makkelijk opgelost. Je gaat ervan uit dat hij oud en wijs genoeg is om te weten wanneer hij kan rijden en wanneer niet. Hij ziet er in elk geval nog vrij nuchter uit, dus je vertrouwt het wel. En nu snel dat zwembad in!
  2. Gewoon instappen en wegwezen. Van zo’n klein eindje met z’n vieren op de achterbank ga je niet dood. Dat mag trouwens toch volgens de wet, kinderen achteraan zonder gordel als er plaatsgebrek is? Maar rijden met een paar pintjes op dat mag niet, dat weet iedereen.
  3. Tja, een chauffeur die gedronken heeft, of kinderen achteraan zonder gordel? Allebei out of the question voor jou! Je trommelt Karen, animator van de oudste groep, op om met haar auto ook te rijden. Haar groep kan wel een kwartiertje zonder haar.

FERRE (10 jaar): Ik wil vooraan zitten, eerst gezegd!
SEPPE: Allee, waarom moet mijn papa toch altijd zo veel pinten drinken?


Jullie gaan voor de 14-16-jarigen een dropping organiseren. Wat komt er in jouw hoofd op?

 

  1. Geweldig! Dit zal een onvergetelijke ervaring worden voor hen. Lekker spannend, liefst ’s avonds ook. Wanneer gaan we?
  2. Dit zullen we wel deftig moeten voorbereiden, een paar controleposten inbouwen, een GSM-nummer meegeven. Je weet nooit.
  3. Oei! Toch niet ’s avonds, hé. Wat als er iets gebeurt? Ik denk eigenlijk niet dat alle ouders dit wel zien zitten.

LOTTE (14 jaar): Eindelijk een echte dropping! We hebben er lang genoeg voor gezaagd bij de leiding…


Na de activiteit komen de ouders hun kroost ophalen. Wat doe jij op dat moment?
 

  1. Je gaat meteen het lokaal opruimen zodat je straks vrij bent om met je collega’s nog een pintje te drinken.
  2. Je gaat mee met de kinderen naar de parking, voor het geval een mama of papa graag nog iets wil vragen. Wel raar eigenlijk, dat zo weinig ouders dat ook effectief doen. Zou het hen dan niet interesseren?
  3. Je gaat mee naar de parking en slaat met alle ouders een praatje. Spreken ze jou niet aan, dan spreek jij hen wel aan!

KAATJE (6 jaar): Hoe langer ze blijven tateren, hoe beter. Intussen kan ik nog wat verder blijven spelen.
LOTTE (14 jaar): Mijn moeder stelt altijd stomme vragen, kan ze dat niet gewoon op de website lezen?
 

Deze week staan er huisbezoeken op het programma. Je gaat ’s avonds langs bij de ouders van alle kinderen uit je groep, om hen in te schrijven voor het kamp. Wat vind jij echt belangrijk tijdens deze bezoekjes?

  1. Je hoopt de ouders van Kaatje te overtuigen om haar toch mee te laten gaan op kamp. Je weet dat ze heel graag wil, maar het niet mag van haar ouders.
  2.  Eens op het gemak babbelen met de ouders, antwoorden op hun vragen, hen geruststellen over de gang van zaken op kamp. Dat is eigenlijk het belangrijkste. Je gaat ook expres op bezoek voor het kinderbedtijd is, zodat de kinderen er ook zelf bij kunnen zitten.
  3. Vooral de medische fiches niet vergeten te laten invullen! Als die niet in orde zijn op kamp, kunnen we moeilijkheden krijgen als er iets gebeurt (aansprakelijkheid).
     

KAATJE (6 jaar): YES! Cola, chips én langer opblijven!

LOTTE (14 jaar): Als ze maar niet te veel verklappen, die leiders… Papa moet niet àlles weten wat er op kamp gebeurt.

Jullie terrein is vandaag één grote modderpoel na de regen van de voorbije weken. Maar het is mooi weer buiten, dus…

  1. Je trekt je niets aan van de modder en gaat er ferm tegenaan met een match baseball. Het spel mondt uit in rasechte modderspelen. Iedereen heeft toch speelkleren aan, niet?
  2. Je had gelukkig een zoektocht op het programma staan. Zo hoef je niet op je terrein te blijven vanmiddag en vermijd je modderschoenen.
  3. Je ziet je voorbereide pleinspelen in het water vallen. Je werkt nog snel een alternatief uit, want dit kan echt niet. Iedereen zou van kop tot teen onder de modder zitten!

FERRE (10 jaar): Hoe vettiger, hoe prettiger!
LOTTE (14 jaar): Zegt: ‘Ik doe niet mee want mijn moeder vermoordt mij als mijn schoenen helemaal onder de modder zitten.’ Denkt: “No way dat ik hier mijn coole dure sportschoenen ga ruïneren. Mijn moeder had nog gezegd om mijn oude schoenen aan te doen deze namiddag, maar ja…”
KAATJE (6 jaar): Ik haat modder, echt waar, vind ik zo vies!
 

De vader van de 14-jarige Lotte staat erop dat zijn dochter altijd bereikbaar is. Haar GSM moet mee op kamp. Dit is tegen de algemene afspraken. Wat doe je?

  1. Je doet de vader een voorstel: jij mag hem ook dag en nacht opbellen om op de hoogte te blijven van zijn ‘whereabouts’.
  2. Je geeft de vader het nummer van de kampleiding en stelt hem gerust. Als er echt iets is, mag hij altijd bellen. Omgekeerd zal je vanuit de leidingsploeg hem ook zeker contacteren als dit nodig is.
  3. Je installeert een webcam op kamp zodat alle ouders voortdurend in contact blijven met hun kinderen.

LOTTE: Tien dagen zonder GSM, dat is toch gewoon onmogelijk!? Dat mijn vader me dan belt of SMSt neem ik er wel bij.
LOTTE: Eindelijk eens geen verantwoording moeten afleggen: oef!


De ouders van Tom (8 jaar) dagen plots midden in het kamp op. Ze willen wel eens weten of hij goed geslapen heeft en wat de pot voor vandaag schaft. Wat doe je?

  1. Je nodigt de ouders uit om mee te doen aan het grote droppingspel en dropt hen zonder GSM of GPS vijftig kilometer verderop in het bos. De kans dat ze de kampplaats nog terugvinden is klein.
  2. Je vertelt hen rustig dat Tom het prima stelt, maar dat een onverwacht bezoek van ouders de fijne kampsfeer kan verbreken. Je zorgt ervoor dat deze afspraken in het kampboekje staan.
  3. Je zet onmiddellijk een kopje koffie en bespreekt het volledige kampprogramma en weekmenu met de ouders. Je laat zien dat Tom elke dag een propere onderbroek en sokken heeft aangetrokken.

TOM: Nu ik mijn papa het plein zie oplopen vind ik het hier precies wel een beetje eng. Ik wil terug mee naar huis.


De moeder van de 14 jarige Lotte maakt zich druk in het gedrag van de leiding. Ze zag jullie met het dorpsfeest op café drinken, roken, vrijen… Ze vindt dit geen voorbeeld voor haar dochter. Hoe reageer jij op haar klachten?

  1. Je vraagt Lottes moeder wat zij zelf op die leeftijd allemaal uitspookte (met het risico dat ze nog meer ongerust wordt).
  2. Bij elk contact met de ouders toon je je ware gelaat: een jongere die met zorg leuke activiteiten voor kinderen in elkaar bokst en in zijn vrije tijd gewoon…jong is…
  3. Je geeft alle ouders een door de leiding ondertekende gedragscode. Vanaf nu zijn het allemaal geheelonthouders die met twee woorden spreken en geen lief hebben voor ze 21 zijn.

LOTTE (14 jaar): Mama, doe toch niet zo flauw! Zij doen toch niets abnormaals?

 

Je hebt vooral 1) geantwoord.
Proficiat, jouw inleefvermogen is nog intact! Je kan je verplaatsen in de rol van jeugdwerker en kan hen goed begrijpen, zelfs al mist die soms wat verantwoordelijkheidszin... Toch zijn lang niet alle jeugdwerkers alleen maar spontaan, speels en kort op de bal. Aan leuke activiteiten gaat vaak heel wat voorbereidend werk vooraf. Veiligheid en aansprakelijkheid spelen bij jeugdwerkers steeds vaker door hun hoofd. Jeugdwerkers volgen ook animatorcursussen, EHBO-opleidingen en zelfs vormingen financieel beheer van verenigingen. Ze vertegenwoordigen de jeugdvereniging in de plaatselijke jeugdraad, stellen huurovereenkomsten op voor de verhuur van hun lokalen, en hebben beurtrollen voor het buiten zetten van vuilnis of het aankopen van de voorraad drankjes en koeken. Vrijwillig natuurlijk, dat spreekt vanzelf.


Je hebt vooral 2) geantwoord.
Je kan jezelf goed inleven in de rol van een jeugdwerker. Een jeugdwerker met creativiteit, maar ook met zin voor verantwoordelijkheid. Een ideale jeugdwerker eigenlijk. Maar net zoals er heel grote verschillen zijn tussen ouders, is ook de ene jeugdwerker de andere niet. De ene is al wat speelser, creatiever, nonchalanter of net veel plichtsbewuster dan de andere.


Je hebt vooral 3) geantwoord.
Je kan je moeilijk verplaatsen in de leefwereld van een jeugdwerker. Durf je weer even 17 te voelen!
Bij elke speelkans, zie jij een ‘ja, maar…’. Laat los! Vertrouw! Praat met de begeleiding, vraag uitleg bij de activiteiten, en maak gebruik van de communicatiekanalen die er zijn (website, programmaboekje, bezoekjes van de leiding thuis, informele contactmomenten op activiteiten en spaghettifestijnen allerhande…). Wees betrokken en geïnteresseerd, maar laat jouw angsten het onbekommerd spelen niet beknotten.
 

Karuur vzw | Sainctelettesquare 19 | 1000 Brussel | T 02 21 061 90 | info@karuur.be | www.karuur.be
Sitemap | Ontwerp door Emma Thyssen | Ontwikkeling door Jeugdwerknet
Steunpunt Jeugd